TWEE CAMERA'S, EEN ZIEL.

Met fotografie is het zoals bij de muziek. Er is het groot symfonisch orkest dat omvangrijke kleurrijke werken vertolkt. In de fotografie zijn dat de grote formaten en de kleurexplosies. En er is de kamermuziek waar enkele instrumenten tot de kern van de muziek peilen. Dat is in fotografie resultaten behalen met een minimum aan middelen. Voor dat laatste staan Lucia Rodochonska (1948) en Jean-Louis Vanesch (1950). Een echtpaar met gelijkgestemde zielen maar die toch hun eigen weg gaan. Een weg die parallel loopt wat betreft de eenvoud van hun onderwerpen en het bewust gebruik van het zwart/wit procédé. Ze stellen nu samen ten toon zodat we de gelijkenissen van stijl en het verschil van benadering kunnen ervaren.

De wereld die hen boeit ligt dicht bij huis. Ze gaan doorgaans niet verder dan hun tuin en de naasts omgeving. Rodochonskas' thema's hebben een intiem karakter, vroeger haar kinderen in de tuin, een leunstoel op het terras, de handen van haar vader, de dieren in de wei. Het is zo doodgewoon dat men er niet zou aan denken ze op foto vast te leggen. Maar het is ook geen zuivere weergave van de realiteit die ze toont maar ze interpreteert die in zachte of harde witte en zwarte tonen, in onscherpte of in tegenlicht. Op de expositie hangen een aantal foto's van pruimen aan een boom. Het spel van het licht er op, de onscherpe achtergrond die, als een zachte deken, de kwetsbaarheid van de vrucht benadrukt, maakt het beeld fragiel. In de buurt hangen een aantal beelden van een open hand, fluweelzwart geprint en daardoor kwetsbaar. Ze zijn van haar vader die de fruitbomen plantte. Men hoeft die connotatie niet te kennen maar ze geeft wel een emotioneel surplus. Een koe in de wei wordt opgenomen in tegenlicht met de snuit in close-up zodat die nauwelijks te herkennen valt en als een donkere vlek afsteekt tegen de zachte achtergrond van de weide. Nochtans zijn er nog voldoende details voelbaar om het dier zijn rol in de compositie te laten spelen. Het is allemaal heel subtiel, gevoelig en vertelt achteloos over het leven.

Jean-Louis Vanesch zoekt zijn onderwerpen in de natuur tijdens wandelingen in het nabije bos. De keuze van zijn thema's ligt in de continuïteit. Een nieuw werk vindt steeds zijn oorsprong in hetgeen voorafging. Met het bekijken van bestaande foto's openen zich nieuwe pistes, zegt hij. Een blad, een tak, een koraal of een boomstam, het worden zijn onderwerpen waarbij het licht en de achtergrond een voorname rol spelen. Zo zien we enkele opnamen van een boomstam, in het midden van het beeld geplaatst, met links en rechts het tegenlicht, blanke zijpanelen. Of omgekeerd, de belichte boomstam midden een donkere omgeving. Het konden wel schilderijen zijn van Barnett Newman. Wat verder van huis heeft Vanesch de zee en de vloedlijn bekeken. Die zijn diep zwart/grijs geprint zodat het mysterie van het getijde voelbaar wordt.

Zoals gezegd is dit geen spectaculaire fotografie maar men mag haar ook weer niet omschrijven als huis- tuin- en keukenonderwerpen. Precies door de haast banale thematische beperktheid en de onmodieuze manier van verwerken en presenteren verdienen de foto's van beide kunstenaars meer aandacht dan een oppervlakkig bekijken. Bovendien leren ze ons dat de beperking het meesterschap verraadt.

Ludo Bekkers
Tentoonstelling "Monographies, Lucia Rodochonska en Jean-Louis Vanesch", Brussel Galerie Contretype, avenue de la Jonction 1, nog tot 17 januari..

 <<<